HSP en zelfvertrouwen:

leren vertrouwen op wie je bent

Zelfvertrouwen. Voor veel mensen is het iets wat vanzelfsprekend lijkt. Je weet wat je kunt, durft je mening te geven en vertrouwt erop dat je keuzes goed zijn. Maar voor een HSP kan zelfvertrouwen soms ingewikkelder zijn. Niet omdat je minder kunt of minder sterk bent. Juist omdat je veel waarneemt, diep nadenkt en gevoelig bent voor wat er om je heen gebeurt. Je voelt snel aan hoe anderen reageren en kunt daardoor gemakkelijk gaan twijfelen aan jezelf.

Waarom kan zelfvertrouwen bij een HSP onder druk komen te staan?

Als HSP neem je vaak meer details en subtiele signalen waar. Een blik, een verandering in toon of een kleine reactie van een ander kan je al opvallen. Dat kan een mooie kwaliteit zijn, maar het kan er ook voor zorgen dat je jezelf sneller gaat aanpassen. Misschien vraag je je na een gesprek af: Heb ik dat wel goed gezegd? Had ik anders moeten reageren? Wat zal de ander van mij vinden?Wanneer je dit regelmatig doet, kan er langzaam een patroon ontstaan waarin je meer vertrouwt op de mening of reactie van anderen dan op jezelf. Ook perfectionisme kan een rol spelen. Als je hoge eisen aan jezelf stelt, lijkt wat je doet al snel niet goed genoeg. Je ziet vooral wat beter kan, terwijl je minder stilstaat bij wat al goed gaat.

Gevoelig zijn is niet hetzelfde als onzeker zijn

Het is belangrijk om deze twee niet door elkaar te halen. Een HSP kan heel gevoelig zijn en tegelijkertijd veel zelfvertrouwen hebben. Hooggevoeligheid zegt niets over hoeveel vertrouwen je in jezelf hebt. Wel kan je gevoeligheid invloed hebben op de manier waarop je jezelf ervaart. Wanneer je voortdurend bezig bent met wat anderen nodig hebben, kan het lastiger worden om te voelen: Wat wil ík eigenlijk? Wat vind ík belangrijk? Zelfvertrouwen groeit daarom niet alleen door te leren denken dat je iets kunt. Het groeit ook door jezelf beter te leren kennen en serieus te nemen.

Jezelf niet steeds aanpassen

Veel HSP's hebben geleerd om zich aan te passen aan hun omgeving. Bijvoorbeeld omdat ze conflicten willen voorkomen, niemand tot last willen zijn of omdat ze goed aanvoelen wat anderen nodig hebben. Aanpassen is op zichzelf niet verkeerd. Het wordt lastig wanneer je jezelf daarbij steeds verder wegcijfert. Zelfvertrouwen betekent niet dat je altijd voor jezelf moet opkomen of overal een mening over moet hebben. Het betekent vooral dat je erop leert vertrouwen dat jouw behoeften, grenzen, gevoelens en keuzes er ook mogen zijn. Een belangrijke vraag kan daarom zijn: “Wat zou ik kiezen als ik niet hoefde te bedenken wat een ander daarvan vindt?”

Zelfvertrouwen begint bij kleine keuzes

Je hoeft niet ineens heel zelfverzekerd te worden. Vaak begint het juist klein. Kies eens bewust wat jij prettig vindt. Geef aan dat je ergens geen behoefte aan hebt. Spreek uit wat je werkelijk denkt. Neem een beslissing zonder deze uitgebreid bij anderen te toetsen. Elke keer dat je naar jezelf luistert en merkt dat je dat aankunt, groeit het vertrouwen een beetje. Ook fouten maken hoort daarbij. Zelfvertrouwen betekent niet dat je altijd de juiste keuze maakt. Het betekent dat je erop vertrouwt dat je met een verkeerde keuze kunt omgaan, ervan kunt leren en opnieuw kunt kiezen.

Van jezelf beoordelen naar jezelf begrijpen

Wanneer je onzeker bent, ben je vaak geneigd jezelf te beoordelen:

Waarom reageer ik zo?
Waarom vind ik dit zo lastig?
Waarom kan ik niet gewoon wat makkelijker zijn?

Een zachtere benadering is:

Wat gebeurt er met mij?
Wat heb ik op dit moment nodig?
Wat vertelt mijn gevoel mij?

Dat verschil lijkt klein, maar kan veel betekenen. Je hoeft jezelf niet voortdurend te verbeteren. Je mag jezelf ook leren begrijpen.

Een oefening: vertrouwen op jezelf

Neem aan het einde van de dag een paar minuten om drie vragen te beantwoorden:

  1. Waar heb ik vandaag naar mezelf geluisterd?

  2. Welke keuze heb ik gemaakt die goed voelde voor mij?

  3. Waar mag ik mezelf morgen wat meer vertrouwen geven?

Het gaat niet om grote prestaties. Misschien heb je vandaag een grens aangegeven, een pauze genomen, iets uitgesproken of juist besloten ergens niet op in te gaan. Door hier bewust bij stil te staan, train je jezelf om niet alleen te kijken naar wat beter kan, maar ook naar wat al goed gaat.

Je hoeft jezelf niet te veranderen

Voor een HSP kan zelfvertrouwen soms juist groeien wanneer je stopt met proberen minder gevoelig te zijn.

Je hoeft niet minder diep te voelen.
Je hoeft niet minder na te denken.
Je hoeft niet altijd sterk of zeker over te komen.

Je mag leren omgaan met je gevoeligheid én ontdekken welke kracht daarin zit. Zelfvertrouwen is uiteindelijk niet: “Ik weet zeker dat ik het goed doe.” Het is eerder: “Ik vertrouw erop dat ik naar mezelf mag luisteren. En als iets anders loopt dan verwacht, vertrouw ik erop dat ik daarmee om kan gaan.” Dat is misschien wel de meest waardevolle vorm van zelfvertrouwen: niet geloven dat je alles kunt, maar erop vertrouwen dat je jezelf niet kwijtraakt.