Het hoogsensitieve brein uitgelegd

Bij hoogsensitiviteit gaat het niet alleen om ‘gevoelig zijn’. Een belangrijk onderdeel is de manier waarop informatie wordt verwerkt.

Een hoogsensitief brein lijkt informatie vaak uitgebreider en diepgaander te verwerken. Prikkels worden niet zomaar geregistreerd, maar krijgen als het ware meer aandacht en worden langer verwerkt. Dat kan verklaren waarom een HSP soms langer nodig heeft om een ervaring, gesprek of gebeurtenis te verwerken.

Een eenvoudig voorbeeld:
Twee mensen lopen een vergadering uit. De één denkt: ‘Prima vergadering, klaar.’ De ander heeft misschien niet alleen de inhoud van het gesprek geregistreerd, maar ook de toon waarop iemand iets zei, de spanning in de ruimte, verschillende reacties van collega's en wat dat allemaal betekende. Thuis kan het gesprek nog uren door het hoofd spelen.

Dat betekent niet dat een HSP ‘te veel nadenkt’. Het brein verwerkt simpelweg veel informatie.

Diepe verwerking

Een kenmerk dat vaak bij hoogsensitiviteit wordt beschreven, is diepe verwerking. HSP's denken vaak langer na voordat ze reageren. Ze willen begrijpen, verbanden leggen en verschillende kanten van een situatie bekijken.

Dat kan een kracht zijn. Het zorgt bijvoorbeeld voor:

  • goed kunnen luisteren;

  • oog hebben voor details;

  • verbanden kunnen leggen;

  • zorgvuldig beslissingen nemen;

  • sterke intuïtieve waarneming;

  • empathie en invoelingsvermogen.

Maar er zit ook een keerzijde aan. Als er voortdurend nieuwe informatie binnenkomt, krijgt het brein minder gelegenheid om alles te verwerken.

Wanneer wordt het te veel?

Het hoogsensitieve brein kan veel informatie verwerken, maar dat betekent niet dat het oneindig veel prikkels tegelijk kan verwerken.

Geluid, licht, gesprekken, telefoontjes, sociale verwachtingen, deadlines, emoties van anderen en eigen gedachten kunnen zich opstapelen.

Je kunt het vergelijken met een computer waarop steeds meer programma's tegelijk openstaan. Op een gegeven moment wordt het systeem trager. Niet omdat de computer slecht is, maar omdat er te veel tegelijk gebeurt.

Bij een HSP kan dat zich uiten in:

‘Mijn hoofd zit vol.’
‘Ik kan niets meer hebben.’
‘Ik wil alleen nog maar rust.’
‘Ik weet eigenlijk niet meer wat ik voel.’

Dit noemen we vaak overprikkeling.

Het zenuwstelsel speelt een belangrijke rol

Hoogsensitiviteit heeft ook te maken met de manier waarop het zenuwstelsel reageert op informatie uit de omgeving. Wanneer er veel prikkels of spanning zijn, kan het lichaam in een verhoogde staat van alertheid komen.

Daarom is herstellen niet alleen een kwestie van ‘even niet nadenken’. Het lichaam heeft soms daadwerkelijk tijd nodig om weer tot rust te komen.

Rust, slaap, bewegen, natuur, regelmaat en momenten zonder nieuwe prikkels kunnen helpen om het systeem weer te laten zakken.

Niet alleen last, maar ook kracht

Het is belangrijk om het hoogsensitieve brein niet uitsluitend vanuit overprikkeling te bekijken.

Dezelfde gevoeligheid waardoor je een drukke ruimte intens kunt ervaren, kan ervoor zorgen dat je ook intens kunt genieten van muziek, natuur, schoonheid, verbinding en betekenisvolle gesprekken.

Het gaat daarom niet om het uitschakelen van je gevoeligheid.

Het gaat om leren begrijpen:

Wat komt er bij mij binnen?
Wat heb ik nodig om dit te verwerken?
Wanneer raak ik overprikkeld?
En in welke omgeving komt mijn gevoeligheid juist tot zijn recht?

Dat laatste is vooral belangrijk bij werk. Een HSP die voortdurend wordt blootgesteld aan lawaai, onderbrekingen en hoge werkdruk kan heel anders functioneren dan dezelfde persoon in een rustige, voorspelbare en betekenisvolle werkomgeving.

Je hoeft je hoogsensitieve brein niet te veranderen. Je kunt wel leren hoe het werkt en welke omstandigheden jou helpen om het beste uit jezelf te halen.